Oorlog in Nijmegen
bronnenonderzoek vervolgingen

De roof van Joods onroerend goed in Nijmegen

In Nijmegen werden 285 percelen door de Niederländische Grundstückverwaltung onder beheer genomen. Het feitelijke beheer werd in alle gevallen uitgevoerd door het Arnhemse filiaal van het ANBO (Algemeen Nederlandsch Beheer van Onroerende Goederen) aan de Jansbinnensingel. Bijna alle percelen waren woonhuizen, in enkele gevallen ging het om bedrijfsruimten en in twee gevallen om percelen grond met geen of nagenoeg geen bebouwing.

 

282 Percelen waren van Joodse eigenaren. De onder beheer gestelde woningen werden zowel door de eigenaren bewoond als door de Joodse eigenaar verhuurd. Door de beheerders van het ANBO werden 207 objecten doorverkocht aan opkopers, die deze soms vervolgens weer doorverkochten aan derden. Bijna zonder uitzondering kwamen de opkopers uit extreemrechtse hoek. Er waren enkele zeer grote bij, zoals H. Paes, die maar liefst 55 panden opkocht. De 78 panden die niet werden doorverkocht, werden door het ANBO verhuurd, een aantal aan extreemrechtse organisaties.

 

In de loop van 1943 en 1944 werden 22 van deze niet-verkochte 78 panden te koop aangeboden aan de gemeente Nijmegen. Deze besloot aanvankelijk tot aankoop van enkele objecten, met name panden en terreinen van de Israëlitische Gemeente. De exacte afloop is onduidelijk. Van de koop van enkele door het bombardement in 1944 verwoeste panden wordt waarschijnlijk afgezien.

 

Zeker werd besloten tot de aankoop van 13 panden, waarna aan het ANBO begin september 1944 10% van het aankoopbedrag werd voldaan. Deze aankoop is echter nooit afgerond, omdat anderhalve week later zowel verkopers als kopers op de vlucht waren geslagen.

 

Lees meer